KOPHIEPS is VERHUISD!

  • Vanaf eind december 2009 blogt Kophieps op een nieuw adres, nl. www.kophieps.com
    Tot ziens daar!

Boeken- en Taalblogs

Kophieps' Leeslinks:

web-log.nl, powered by TypePad

dinsdag 3 november 2009

Spel van Nationaal Archief: Map it '14-'18

Logomapit1418 Op www.mapit1418.nl is een bijzondere collectie foto's en filmfragmenten uit de Eerste Wereldoorlog te vinden. Bezoekers kunnen op deze website meedoen aan een spel van het Nationaal Archief.
Doel van het spel is om met behulp van het publiek kennis te vergaren over locaties en achtergrond van de foto's. De bezoeker kan een foto selecteren en die op de juiste plek op een landkaart prikken, met een toelichting. Op de foto's en filmbeelden zijn uiteraard oorlogstonelen te zien, maar ook veel taferelen uit het dagelijks leven in Nederland en België.
Er zijn al een aantal foto's aan locaties gekoppeld door deelnemende bezoekers. Leuk is ook dat er iedere maand een prijs te winnen is.

Via Frankwatching.

(Dit logje was eigenlijk voor Kophieps Drie bestemd. Vergissing! Ach, ik laat het nu maar gewoon hier staan.)

zaterdag 26 september 2009

Voetbad

Gustafivadolfpoadelborg_4  
De tekening hierboven zag ik op een tentoonstelling in Stockholm over de Finse oorlog van 1808-1809, die een oorlog was tussen Rusland en Zweden. De Finse oorlog was een dramatisch conflict dat voortvloeide uit de Napoleontische oorlogen. De Zweedse koning Gustaf IV Adolf was heel godsdienstig en Napoleon beschouwde hij als de antichrist. Hij sloot zich in de conflicten die in Europa woedden niet aan bij de alliantie tussen Frankrijk en Rusland, maar zocht aansluiting bij Napoleons aartsvijand Engeland. Die houding van Zweden had een aanval van Rusland op Fins grondgebied tot gevolg (Finland en Zweden waren al eeuwenlang een unie). Het werd een verschrikkelijke oorlog vol kou en ontberingen, zowel voor de soldaten als voor de bevolking. De strijd liep uit op een nederlaag voor Zweden. In mei 1809 werd Gustaf IV Adolf afgezet en met zijn gezin gegijzeld in kasteel Gripsholm. Op de tekening zien we hem in Gripsholm vrij ontspannen aan een schrijftafel zitten, zijn voeten in een voetbad. Het is hem hier niet aan te zien dat hij spoedig een vredesovereenkomst zal moeten tekenen waarbij Zweden Finland kwijtraakt aan Rusland.

De tekening (gemaakt door P.O. Adelborg) is hier (klik) beter en mooier te zien, maar het is niet toegestaan hem vanaf die site te kopiëren.

Er is een uitgebreide Engelstalige website over de Finse oorlog: klik hier.

donderdag 14 augustus 2008

Affiche-collectie

Dehollandscherevue

Wat mooi, die groene leeslampen. De Universiteitsbibliotheek Amsterdam heeft (o.m.) een schitterende collectie affiches die met boeken en lezen te maken hebben digitaal toegankelijk gemaakt: de Bijzondere Collectie Affiches Boekhistorie. Dat is genieten!

woensdag 9 april 2008

Op vrijersvoeten en luizen zoeken

door Kophieps

Een van de eigenaardige eigenschappen van internet is dat het zaken uit een ver verleden zo dichtbij kan brengen. Bij toeval kwam ik gisteren terecht op een demo-site van de Koninklijke Bibliotheek met een trefwoordenregister waarop het woord 'kweesten' voorkwam. Dat woord heb ik al eens na veel wikken en wegen in een vertaling gebruikt (lees ook -klik- dit log) en daarom kon ik het niet laten eens te kijken wat de site over het kweesten te vertellen had. De demo bleek een schatkamer van allerlei oude boekwerkjes te zijn. Onder 'kweesten' vond ik er o.a. deze prent met bijbehorende tekst:
Dardanellikweesten3
Een Queester, die syn Vrijster naakt vond Luisen soeken

Een ervaren Queester begaf sich heimelijk des avonds binnen het huis van een soete Maagd om een queest, en hield sich soo lange achter een kast verborgen, tot dat sy het hembd bij de keers over 't hooft hat gehaalt, om na Leeven te soeken.
De Queester trad toe met een vriendelijke groetenisse en omhelsinge, en vraagde haar of de vangst goed was, dan of sij ook hulpe van nooden hadde; waar op die naakte Vrijster door alteratie eerst een hard woord sprak, doch schudde haastig het hembd aan, en ging met haren Queester in 't donker vierkante gat, daar hij de keers niet van noode had.

Grappig dat 'Leeven' hier gebruikt wordt om ongedierte mee aan te duiden. Prent en tekst zijn afkomstig uit een boek van "vrijheer" Jaques Dardanelli, verschenen in "Queestendam" in 1683.  Het voorwoord van het boek luidt aldus:

Over het Queesten

De manieren van de Meisjes te vryen, syn zoo verschillende, dat men er een gantsch Werk van zoude konnen opstellen.
Binnen onze Landspaalen is 't dat men van onheugelijke tijden een wyse van vryen uitgevonden heeft, die in zeldzaamheid alle andere overtreft: het kweesten, een gantsch vreemde en by veele Natien ongehoorde maniere van Vrijagie en bijeenkomste van ongetrouwde Persoonen.
Het is een Bylegginge ofte onderkruipinge van eerlijke ongetrouwde Lieden, om bij malkander te volbrengen, 't geene jonge Lieden op andere plaatsen gewoon syn op stoelen of stoepen te doen.
Ik kan u verseeckeren, dat de volgende Vertellingen niet verzierd, maar waarachtig zyn.

Element_beeld1683jaquesdardanelli_

Groetenisse. Landspalen. Bijlegginge ofte onderkruipinge. Prachtige woorden allemaal! Op de website zijn alle teksten overigens voorzien van een 'hertaling' in modern Nederlands.
Hopelijk komen er in de toekomst nog veel meer mooie boeken op deze site te staan.


      

zaterdag 8 december 2007

De hond van koning Karl XII (1)

door Kophieps

Karl_xii_at_horse_1 De Zweedse koning Karl XII (1682-1718) was een krijgshaftig man. Hij werd koning toen hij nog maar vijftien jaar oud was en begon drie jaar later een oorlog tegen Denemarken. Tijdens de Grote Noordse Oorlog die hierop volgde, ondernam hij in 1708 een veldtocht tegen Rusland, die voor de Zweden noodlottig verliep. In 1709 werden de Zweedse troepen vernietigd door de legers van tsaar Peter de Grote in de Slag bij Poltawa in Oekraïne. Karl XII raakte in Poltawa gewond, maar wist naar Turks grondgebied te ontkomen. Een paar jaar later werd hij in de strijd tussen Rusland en Turkije gevangengenomen. In 1714 ontsnapte hij uit Istanbul, reed te paard via Transsylvanië naar Stralsund en begon daar opnieuw Denemarken te bestoken. Twee jaar later stond hij bij Christiania, het latere Oslo, in Noorwegen. Bij het beleg van Fredrikshall sneuvelde Karl XII door een schot van nabij in het hoofd. Zijn uit 70.000 man bestaand leger was toen al sterk verzwakt, niet alleen door de gevechten, maar ook door kou en ondervoeding.

Pompekarlxii In de Zweedse literatuur is Karl XII een veelbeschreven personage; ik zal daar misschien nog eens een logje aan wijden. Maar vandaag wil ik het hebben over de hond van Karl XII. Eigenlijk moet ik zeggen: de honden, want deze koning heeft er verschillende gehad, die hij vaak meenam op zijn veldtochten. In 1700 trok de koning te velde in gezelschap van vier honden: Caesar, Snushane, Turk en zijn favoriet Pompe. De laatste was vernoemd naar Pompeius, een tegenstander van Caesar in het oude Romeinse rijk. Op 3 november 1703 schreef de koning in een brief naar zijn zuster Hedvig Sofia: "Ik moet je tevens vertellen, dat ik enkele dagen geleden mijn oudste reiskameraad heb verloren, namelijk Pompe, de oude tegenhanger van Favorit; 's avonds ging hij vrolijk slapen en 's morgens lag hij dood in mijn bed."

Israel Holmström (1661-1708) was auditeur-generaal van Karl XII en nam ook deel aan de veldtochten. Hij sneuvelde in Litouwen. Deze man heeft een erg mooi epigram (puntdicht) nagelaten waardoor de brave Pompe onsterfelijk is geworden. In mijn vertaling luidt het aldus:

Op de hond van Koning Karl XII

Pompe, ’s konings trouw trawant
Sliep in ’s konings ledikant
Tot hij, oud en moe van ’t zwerven
Aan ’s konings voeten kwam te sterven.
Menig schoon,
fier
maagdelijn
Zou als Pompe willen leven.
Doel van menig heldenstreven
Zou sterven zoals Pompe zijn.

Voor de volledigheid geef ik ook de Zweedse tekst:

Pompe, Kungens trogne dräng,
Sov var natt i Herrens säng.
Sist av år och resor trötter
Led han av vid Kungens fötter.
Mången stolt och fager mö
Önskar sig som Pompe leva,
Tusen hjältar eftersträva
Att få så som Pompe dö.

Ik was niet 100 % tevreden over de vertaling. De vierde en de achtste regel hebben een lettergreep te veel. Maar ik kan me daarmee verzoenen, omdat het epigram toch wel mooi opgezegd kan worden. Als het een liedje was geweest, zou het ernstiger zijn, want dan zou je het niet mooi kunnen zingen. Verder staat er in de Zweedse tekst dat Pompe iedere nacht in het bed van de koning sliep. De frase 'iedere nacht' kon ik nergens kwijt; dat is jammer. En wegens het rijm heb ik voor bed het woord 'ledikant' genomen. Maar zou de koning wel in een ledikant hebben geslapen als hij te velde verbleef? Hij sliep in een vrij grote Koninklijke Tent, zoals op bovenstaande prent is te zien, waarop ook Pompe afgebeeld staat. Omdat ik wat vertalen betreft altijd heel grondig ben, heb ik nog even in een woordenboek het woord 'ledikant' opgeslagen. Wat blijkt? Mijn Grote Van Dale op cd-rom meldt dat het woord 'ledikant' voor het eerst is gebruikt in 1545 en is gevormd naar het Franse lit de camp, dat 'veldbed' betekent! De omschrijving luidt: "verplaatsbare slaapstee, meubel dat, van beddengoed voorzien, een volledig bed vormt". Van zulke kleine ontdekkingen kan ik echt opgetogen raken.

Ik vond Holmströms epigram al mooi toen ik nog helemaal niet van honden hield. Nu heb ik zelf een hond. Ze is al oud, al twaalf jaar. Ik heb haar aangeschaft in een tijd dat ik veel wandelde, ook door eenzame bossen. Soms kun je dan beter een hond bij je hebben. Vroeger was ik bang voor honden, maar die angst is verdwenen sinds ik er zelf één heb. Overigens wandelen we helemaal niet meer zo veel. Mijn hondje loopt langzaam, heel langzaam achter me aan te sjokken als ik haar uitlaat.
Ze mag overigens niet in mijn bed slapen. Maar wel in de slaapkamer.

Pgrav Karl XII heeft meerdere honden gehad die Pompe heetten. Een eerdere Pompe ligt begraven in het kasteelpark van Karlberg; de grafsteen met het jaartal 1699 is hiernaast afgebeeld. De koning had ook een paard dat bijna mythologisch is geworden. Het dier heette Brandklipparen. Voorts had de koning een beer, die hij Ellan Klumsefot noemde. Het arme beest was verslaafd aan alcohol en verongelukte in 1699 toen het dronken en wel in een rotsspleet viel. Ter nagedachtenis aan die beer heeft Israel Holmström een (wat langer) gedicht geschreven. Misschien vertaal ik dat ooit ook nog eens.

Onze Prins Willem van Oranje had trouwens ook een hond die naar de Romeinse Pompeius vernoemd was, Pompey. Ook dit dier, een mopshond, ging met zijn baas mee op veldtocht.

©Kophieps

Een vervolg op deze log staat hier (klik).

maandag 3 december 2007

Het mooiste lied over de liefde

door Kophieps

Turenerman_1 Na de uitzending van aflevering 3 van In Europa gisteravond heb ik een gedichtje opgezocht van de Zweedse journalist, literator en politicus Ture Nerman (1886-1969). Ik zet het hieronder, in een prozavertaling:



Het mooiste lied over de liefde

Het mooiste lied over de liefde
is nooit op papier gekomen.
Het bleef achter in een droom op Montmartre
bij een arme Parijse student.

Het had stralend boven de landen moeten zweven
en een lente op de knieën moeten dwingen
en een wereld zou een nieuwe Musset
aan het hart hebben gedrukt.

Hij zou langs de kaden hebben gewandeld
met een bleke kleine Lucile met blauwe ogen
en violen en kussen hebben gedicht
op een nacht in april zoals nu.

Het mooiste lied over de liefde
is nooit op papier gekomen.
Het werd begraven in een massagraf in Vlaanderen
met een arme Parijse student.

Als dichter is Ture Nerman niet heel beroemd geworden. Dit gedichtje van hem, dat hij kort na de Eerste Wereldoorlog schreef, is echter op muziek gezet door de componist Lille Bror Söderlund en in Zweden is het een bekend liedje.
Nerman was communist en anti-militarist. Over de Russische revolutie was hij aanvankelijk enthousiast, maar later nam hij afstand van Stalin en van de ontwikkelingen in de Sovjetunie. In de jaren dertig zat hij in het Zweedse parlement, waar hij krachtig ageerde tegen het nazisme. Eén politiek voorval heeft destijds veel opzien gebaard. In april 1933 wilde Nerman aan de minister van Ecclesiazaken (d.w.z. van Cultuur, Onderwijs en Wetenschappen) de vraag stellen in hoeverre de Zweedse regering iets ging doen voor de joodse wetenschappers en kunstenaars die in Duitsland werden vervolgd, en of de regering van plan was deze mensen asiel te bieden. Nerman kreeg van de Eerste Kamer geen toestemming om zijn vraag te stellen; zijn interpellatievoorstel werd weggestemd.
Van 1939 tot 1945 gaf Nerman de anti-nazistische krant Trots allt! (Ondanks alles!) uit. Verscheidene nummers werden door de Zweedse overheid in beslag genomen omdat de inhoud de Zweedse "neutraliteit" zou schenden. In november 1939 werd Nerman wegens een fel anti-Hitler artikel zelfs tot drie maanden gevangenisstraf veroordeeld.

©Kophieps

vrijdag 23 november 2007

Phillis Wheatley (2)

door Kophieps

Philliswheatley

In 1760 werd de zevenjarige Phyllis Wheatley (zie eerder logje), die toen nog helemaal niet zo heette, door een handelaar uit Gambia (het tegenwoordige Senegal) gehaald en per slavenschip naar Amerika vervoerd. Het kind was ziek toen ze aankwam en misschien kwam het daardoor dat ze niet op een grote plantage terechtkwam, maar op de slavenmarkt voor een zacht prijsje werd gekocht door de familie Wheatley in Boston, als hulp in de huishouding en gezelschap voor de vrouw des huizes. De Wheatleys noemden het zwarte meisje Phillis - naar het schip De Phillis waarmee het kind uit Afrika was gehaald. Het meisje bleek zeer intelligent. Ze kreeg les van de dochter des huizes, Mary Wheatley, had na anderhalf jaar al zo goed Engels geleerd dat ze de bijbel kon lezen en leerde in de jaren daarna de werken van Dryden, Gray en Milton kennen. Ze las Homerus in een Engelse vertaling, leerde ook nog Latijn en en las binnen de kortste keren Virgilius, Horatius en Ovidius. En - ze schreef gedichten. Die ze geregeld declameerde tijdens ontvangsten in huize Wheatley.
In 1773 verscheen er een boek met 39 gedichten van Phillis Wheatley: Poems on various subjects, religious and moral. Nooit eerder was er een boek gepubliceerd door een Afrikaans-Amerikaanse dichter, laat staan een Afrikaans-Amerikaanse vrouw. Phillis was twintig jaar oud toen het boek verscheen. Haar poëzie weerspiegelt de klassiek-literaire tradities van haar tijd, met strakke vormen en veel klassieke mythologie erin. Daarnaast is haar werk zeer religieus. De Wheatleys waren diep gelovige christenen en Phillis was eveneens christen geworden. De belangrijkste thema's van haar werk waren geloof, vroomheid en moraal. Veel van de Poems is gelegenheidspoëzie, er zitten nogal wat elegieën tussen, rouwdichten voor overledenen, die ze op verzoek van de nabestaanden schreef. Slechts een enkele keer koos ze haar eigen levensgeschiedenis als onderwerp voor een gedicht. Zoals hier:

On being brought from Africa to America

Twas mercy brought me from my Pagan land,
Taught my benighted soul to understand
That there's a God, that there's a Saviour too:
Once I redemption neither sought nor knew.
Some view our sable race with scornful eye,
"Their colour is a diabolic die."
Remember, Christians, Negro's, black as Cain,
May be refin'd, and join th' angelic train.

Latere critici van haar werk vonden dat haar poëzie het blanke kolonialistische waardensysteem vertegenwoordigde. Ik moet zeggen dat ik die kritiek wel begrijp. De dankbaarheid die Phillis in bovenstaand gedichtje uitspreekt voor het feit dat zij de genade Gods deelachtig kon worden doordat ze uit het heidense Afrika werd weggehaald, spreekt mij als moderne seculiere lezer nauwelijks aan. Het lijkt me een voorbeeld van de in later tijden door de zwarte Amerikanen zo verguisde zgn. Uncle-Tom-mentaliteit*, de inschikkelijkheid en onderdanigheid van de zwarte jegens zijn onderdrukker. (Misschien zou je die mentaliteit beter als een vorm van het Stockholmsyndroom kunnen beschouwen.)
Maar. Maar
Phillis was in haar tijd in de sociale kringen waarin ze verkeerde een curiositeit: een zwart meisje dat intelligent en beschaafd was, dat méér presteerde en ontwikkelder was dan menige blanke vrouw! In de cultuur waarin zij leefde, was het christelijk geloof allesbepalend. Een jong meisje in haar positie kon onmogelijk andere poëzie schrijven en publiceren dan poëzie die in de klassieke en religieuze traditie paste. En al helemaal niet als zij zwart was. In die context is het eigenlijk al heel wat dat Phillis het in het tweede deel van het gedichtje opneemt voor de zwarte slaven. Zij was niet blind voor de onderdrukking en voor het blanke racisme, al had zijzelf het geluk gehad dat ze onderwijs had mogen genieten en in redelijke vrijheid had mogen opgroeien in het gezin Wheatley. Let wel, Phillis schreef bovenstaand gedichtje tachtig jaar voordat Uncle Tom's Cabin van Harriet Beecher Stowe verscheen, het boek dat met zijn beschrijving van de wrede realiteit de publieke opinie sterk meetrok in de richting van afschaffing van de slavernij en emancipatie van de zwarten.

Toen Phillis' dichtbundel een groot succes werd, schonken de Wheatleys de jonge slavin haar vrijheid. Ze bleef nog enkele jaren bij de familie wonen, totdat het echtpaar Wheatley overleed. Daarna trouwde ze een vrije zwarte jongeman, die een winkel had. Ze kregen twee kinderen, die slechts kort in leven bleven. De winkel ging failliet, ze vervielen tot armoede en Phillis ging uit werken. Haar man liet haar in de steek en kort daarna, in 1784, stierf Phillis op 31-jarige leeftijd, vlak na de geboorte van haar derde kind, dat haar maar enkele dagen zou overleven. Phillis zou in de tijd voor haar dood aan een tweede dichtbundel hebben gewerkt, maar daarvan is geen spoor teruggevonden.

Phwheatley

Illustraties:
1. Portret van Phillis Wheatley zoals verschenen in de Revue des Colonies, Parijs, ca. 1840.
2. Standbeeld van Phillis Wheatley in Boston, gemaakt door Meredith Bergmann.

*Wat jammer toch dat die mentaliteit de naam heeft gekregen van de sympathieke Uncle Tom uit het boek van Beecher Stowe.

©Kophieps

zaterdag 17 november 2007

De nachtegaal van Amersfoort

door Kophieps
Withs_1

Gezicht op Amersfoort door Matthias Withoos. Ill. uit het gelijknamige boek van C. van den Braber.

 Vandaag is het 420 jaar geleden dat Joost van den Vondel werd geboren, op 17 november 1587. In de dbnl vond ik een lofdicht van Vondel op Amersfoort, mijn woonplaats sinds 1989.


De nachtegaal van Amersfoort
Hic ver assiduum, atque alienis mensibus aestas.

Schoon Utrecht eertijds praalde op bisschopsstaf en -mijter
En -stoel en hoge Dom, toch wil ik Amersfort
Door groteren benijd, verheffen op mijn cyter,
Als rechterhand van 't Sticht, in zegen nooit verkort.
Wie haren oorsprong zoekt, spring' zevenhonderd jaren
Met vijftig jaar terug, en kuss' de eerste steen,
Waar vele stenen tot een stad en muur vergaren
Op 't nachtegaalsgezang, hetgeen de bouwheer scheen.
Natuur verkoos de grond in liefelijke streken.
Dat Griekland Tempe lov' en de oude Hengstebron:
Ik loof dit landprieel, op 't ruisen van de beken.
Ik loof de Heil'ge Berg, de Duitse Helikon.
De pijnboom, de cypres, en eiken, koel van lommer
Beschaduwen haar veld. De wakkere honingbij
De geesten voedt met dauw en nektar vrij van kommer.
Natuur vereert de dis met ooft en lekkernij.
Zij schenkt u honing, mede, en sap van muskadellen.
Hier loeit het welig vee u uit de beemden toe.
Men jaagt er 't wild en hoort de bijl de bomen vellen.
De wagen voert het graan ter korenmarkt, nooit moe.
De lakenschietspoel ruist door d'aangespannen keten.
Zij kamt en spint en breit en weeft de schapevacht.
Hier wordt de vreemde door de gastvrij' ingezeten
Verwelkomd slecht en recht en zonder dwaze pracht.
Hoe rustig heeft deez' stad van ouds verdreven heren
Geborgen in haar schoot! Hoe ridderlijk hersteld
In hunne eerste staat! Zij dorst Bourgonje keren
Wel tweewerf op haar veste en vreesde geen geweld.
Zij levert mannen op, de bloem der ruiterijen,
En draagt nog moed op 't bloed van Oldenbarneveldt,
Wiens glorie blinken zal, ten trots van wie 't benijen,
Zolang voorzichtigheid en trouw op aarde geldt.
Haar godshuis troost de kranke en wees en afgeleefden.
Zij koesterde in haar school de letterhelden aan,
Die naar de eed'le palm in deze renbaan streefden
En leven door de Faam, nu 't lichaam is vergaan.
De held van Randebroek, de bouwheer van de vorsten
En 't raadhuis t' Amsterdam, verheerlijkt haren lof,
Want zij hem baarde en zoogde aan haar getrouwe borsten,
Om bouw- en tekenkunst te heffen uit het stof.
Gods hand beproeft de bruid van de Eem als Gods verkoren',
Door 't water van de Rijn, als sneeuw te snel ontdooit.
Hij treft door vuur de kroon van haren schonen toren,
Nu herelijk herbouwd en in de top voltooid.
De hemel wil haar lang voor vuur en vloed beschutten.
Zij sta en help' de staat der gouden vrijheid stutten.


Toelichting:

Overgenomen uit een uitgave van Vondels werken, deel VIII, 1935. Vondels traditioneel opgezette stedelof van Amersfoort dateert van 1657. Het motto is ontleend aan de Georgica van Vergilius (II, 149) en betekent: Hier is het onophoudelijk lente, ook in ongewone maanden. Vondel begint bij het begin: de oorsprong van Amersfoort, de tweede stad van het Sticht. De stichting is mythisch: op het zingen van nachtegalen zouden de stenen van stad en muur zich vanzelf op elkaar hebben gestapeld. Daarna prijst hij de omgeving, de bronnen van bestaan, historische feiten en grote Amersfoorters uit verleden en heden. Amersfoort wordt weliswaar door rampen getroffen (overstromingen van de Eem en brand in de toren), toch mag de stad Gods bescherming genieten.

- Schoon: Ofschoon
- Tempe: fraai dal in het oude Griekenland; Hengstebron: dichtersbron
- Heil'ge Berg: de Amersfoortse Berg, waar Sint Ursula ooit zou hebben vertoefd; Duitse Helikon: Nederlandse dichtersberg
- mede: honingdrank
- slecht en recht: eenvoudig en oprecht
- Bourgonje: aanslagen op Amersfoort door de Bourgondische hertogen mislukten in 1427 en 1492
- Oldenbarneveldt: de door Vondel bewonderde staatsman Johan van Oldenbarneveldt (1547-1619) was in Amersfoort geboren
- de held van Randebroek: de architect Jacob van Campen (1595-1657)

Nee maar! De bruid van de Eem! En daar woon ik!
©Kophieps

zondag 11 november 2007

Bruno en Sara (2)

door Kophieps

682pxstjanskerk_gouda_hendrick_cornelisz_1 Interieur van de St. Janskerk, Gouda, door Hendrick Cornelisz van Vliet




Bruno van der Dussen (zie het 'grafschrift' in een eerder (klik) log) was aan het einde van de zeventiende eeuw verwikkeld in een strijd om de macht in Gouda. In het hoofdstuk 'Voor de vrijheid en tegen Oranje' van het boek Duizend jaar Gouda: een stadsgeschiedenis las ik dat het geslacht Van der Dussen een machtig bolwerk was in Gouda en dat vele leden van de familie er lucratieve functies hadden. Iemand die zich sterk verzette tegen de kliek van de Van der Dussens was Willem van den Kerckhoven. Dit was een buitengewoon driftig man. Bruno van der Dussen kwam erachter dat Willems vrouw en schoonmoeder als de dood waren voor zijn woede-uitbarstingen. Bruno wist de twee dames een verklaring te ontfutselen waarin zij verzochten Van den Kerckhoven tegen zichzelf in bescherming te nemen. Met die verklaring slaagde Bruno erin zijn politieke tegenstander gevangen te zetten. De familie Van den Kerckhoven had deze actie van Bruno blijkbaar niet voorzien en reageerde verontwaardigd. De manier waarop Bruno van der Dussen zijn tegenstander monddood had gemaakt, deed zijn reputatie over het geheel genomen geen goed. In 1701 maakte Bruno zichzelf ook nog eens op onrechtmatige wijze pensionaris van Gouda. Dat zette nog meer kwaad bloed. In 1706 raakte hij echter zijn macht kwijt, o.m. doordat een van zijn medestanders overleed en een ander naar de tegenpartij overliep.
Het lijkt me waarschijnlijk dat het 'grafschrift' in mijn vorige log betrekking heeft op een van de machtsconflicten van de Goudse bestuurder. De achternaam van 'Sara' vond ik terug bij de vrouw en schoonmoeder van Willem van den Kerckhoven, die allebei Van der Graeff heetten. Ook ontdekte ik dat
de familie Van der Dussen in 1700 toestemming kreeg (weer via vriendjespolitiek misschien?) om een familiegrafkelder in de St. Janskerk te laten aanleggen. Die grafkelder bestaat nog steeds. Hoe het precies zit met dat 'grafschrift' over Bruno van der Dussen en Sara vander Graaf is me nog niet duidelijk, maar alleen al de speurtocht naar de achtergrond was leuk.
Bij die speurtocht kwam ik een boeiend artikel (klik) tegen van letterkundige Lia van Hemert over de heftige gebeurtenissen die zich in ons land afspeelden in en voor het tijdperk waarin Bruno van der Dussen leefde. Het artikel behandelt de strijd in de zeventiende eeuw tussen oranjegezinden en republikeinen in een bespreking van het treurspel Haagsche Broeder-Moord of Dolle Blydschap door Joachim Oudaen (1628-1692). Van Oudaen zijn vele dichtwerken opgenomen in het boek met keurdichten verzameld door 'liefhebberen der vryheit' waarin ik mijn 'grafschrift' tegenkwam.
Enkele andere interessante artikelen op dbnl van Van Gemert ga ik zeker een andere keer lezen.

Altijd weer ben ik verbaasd over de speurtochten in tijd en ruimte die je kunt maken, rustig gezeten achter het toetsenbord en beeldscherm van je pc. Maar nu klik ik al dat interessants weer even weg. Ik ga gordijnen naaien voor L., zoals ik beloofd heb. Ook dat geeft voldoening.

©Kophieps

vrijdag 9 november 2007

Bruno en Sara (1)

door Kophieps

Grafschrift

Dit opmerkelijke vers, gedicht door een anonieme poëet, staat in Nederduitse en Latijnse keurdichten, By een verzamelt door de Liefhebberen der Oude Hollandse Vryheit (1710). Het boek is in zijn geheel te lezen op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.
Wie de Bruno en Sara zijn van dit gedicht zijn is me nog niet duidelijk. Van der Dussen is de naam van een bekend historisch geslacht en rond 1700 was er een Bruno van der Dussen stadsbestuurder van Delft en Gouda. Die Bruno is voor zover ik kon nagaan in 1741 gestorven. Hij was sinds 1682 getrouwd met ene Maria Pancras. Zij overleed in 1740.
Het boek waarin ik dit grafschrift vond in aanmerking genomen, lijkt het me vrij zeker dat dit vers  geen grafschrift maar een politiek getint hekeldicht is. Werd burgemeester Bruno er misschien toe verleid een (politieke) alliantie aan te gaan die sommigen onwelgevallig was, en leidde dit tot een nederlaag voor hem? Hebben zijn politieke tegenstanders hem erin geluisd? Wie of wat zou Sara vander Graaf zijn?

©Kophieps

maandag 27 augustus 2007

Wiskundecanon

Teorema Twee Utrechtse wiskundestudenten, Johannes Lok en Wiggert Loonstra, hebben een mooie website gemaakt met een overzicht van 30 + 1 belangrijke wiskundigen uit de wereldgeschiedenis:
De Canon van de Wiskunde. Leuk om te lezen, ook voor niet-wiskundigen!
Een citaat van en een anekdote over een Nederlandse beroemde wiskundige:


"De wiskunde is een zuiver geestelijke activiteit van de mens."

                                                    L.E.J. Brouwer (1881-1966)
Brouwers echtgenote Lize gaf weleens een pannetje eten voor haar man mee met de Gooise stoomtram. Dat ging hij dan aan de halte afhalen.

Met dank aan de Wiskundemeisjes voor de link.

donderdag 2 augustus 2007

Weg met Gorilla!

Ironieteken De afgelopen dagen is ons land opgeschrikt door enkele gevallen van majesteitsschennis. Lees hier meer over in het internetmagazine voor jongeren Spunk. Met een vindingrijke actie vestigt de jonge redactie van Spunk - terecht - de aandacht op een ernstig probleem m.b.t. de vrijheid van meningsuiting.

GorillaEind negentiende eeuw hadden we ook zo'n geval van majesteitsschennis door een jonge rebelse journalist. Hij heette Alexander Cohen, was 23 jaar - in dat tijdperk werd een jongeman pas op zijn 23e meerderjarig - en werd in september 1887 bij het station van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij in Den Haag gearresteerd omdat hij koning Willem III een gorilla zou hebben genoemd. Er volgde een proces.
Tijdens de rechtszaak voerde Alexander Cohen zijn eigen verdediging. Hieronder enkele citaten uit zijn geniale pleidooi, dat echter niet voorkwam dat hij uiteindelijk tot zes maanden gevangenisstraf werd veroordeeld.

"...ik wist dat Z.M. onze geëerbiedigde koning, terug zou keeren in Hoogstdeszelfs residentie. Daar gekomen, zag ik het koninklijk rijtuig aanrollen en toen dit vlak voor me was juichte ik luidkeels: 'Leve Domela Nieuwenhuis! Leve 't Socialisme! Weg met Gorilla!'...
...hoe is het mogelijk te veronderstellen dat met Gorilla, Z.M. de koning der Nederlanden bedoeld is? Zoude niet het Openbaar Ministerie hier voor uw achtbaar college als beschuldigde gedaagd moeten zijn omdat 't beweert dat Z.M. Willem III beleedigd wordt door het woord 'Gorilla'?...
...Het is ongerijmd mij van majesteitsschennis te beschuldigen, daar waar niet de minste beleedigende bedoeling in m'n uitroep lag opgesloten...
...Eenigen tijd geleden las ik 'n boekje, getiteld: 'het leven van koning Gorilla'.[*] Dit boekje houdt de levensbeschrijving in van 'n zekeren koning, Gorilla geheeten, die zoo'n afschuwelijk monster was, dat het alle beschrijving te boven gaat.  De schrille tegenstelling tusschen dien ellendigen Gorilla, en onzen grijzen, voortreffelijken vorst schoot me plotseling in de gedachte toen ik de eer had Z.M. te aanschouwen en deed me uitroepen 'weg met Gorilla!'...
...Nog is het me 'n raadsel, hoe het mogelijk was eenig verband te vinden tusschen Gorilla en Z.M. Willem III, gelijk 't Openbaar Ministerie zeer oneerbiedig schijnt te doen en wat in mijn brein in de verste verte niet zou opkomen. Ik zou wel eens willen weten welke overeenkomst er toch bestaat, tusschen 't geëerbiedigd hoofd van onzen gezegenden staat en 'n Gorilla...
...Ik smeek het O.M. m'n geringe zoölogische en geographische kennis te hulp te komen; ik dorst naar kennis. Zag het ooit 'n Gorilla in 'n staatsiekoets zitten, met 'n koetsier op den bok, die op 'n met goud omzet rood, ja rood kleedje zat? Heeft het ooit gehoord dat men 'n aap in een paleis huisvestte, en dat men 'n paardenstal voor hem bouwde, die honderdduizende guldens kostte, terwijl 't volk omkwam in de bitterste ellende? Deed ooit 'n aap z'n feestelijke intocht in 'n stad...
...Zag het ooit... dat 'n Gorilla geen koning en allerminst onze nobele, uitstekende koning kan zijn. Door slechts te beweren dat hij beleedigd zou kunnen zijn door den uitroep 'Weg met Gorilla' beleedigt het O.M. zelf onzen vorst en van dat oogenblik af heb ik en heeft ieder het recht, datzelfde O.M. aan te klagen van majesteitsschennis..."

[*]Dit was een pamflet getiteld Uit het leven van koning Gorilla, in 1887 anoniem verschenen.

Uit: Alexander Cohen: Uiterst links. Journalistiek werk 1887-1896. Samengesteld en ingeleid door Ronald Spoor. Uitg. De Engelbewaarder, Amsterdam 1980.

(c)Kophieps

vrijdag 27 juli 2007

Stedentrip

Niet op vakantie, toch stedentrips maken. Gisteravond was ik bijvoorbeeld in Berlijn, rond 1920.
Mijn gids heet
In Europa. Veel geleerd over donkere tijden. Zelf een paar plaatjes erbij gezocht.

Heinrich_zille_konsumgenossenschaft_1 Lesser_ury_vor_dem_caf Lesser_ury_bahnhof_nollendorfplatz1-2-3

Jungfernbrcke_baluschek Paul_hoeniger_spittelmarkt_1912 Sbahn_berlin_erster_zug_in_bernau_1924_14-5-6

Hans_baluschek_arbeitsnachweis Hans_hartig_tauwetter_alexanderplatz Max_fabian_die_spree_17-8-9

1. Heinrich Zille: Konsum-Genossenschaft, 1924
2. Lesser Ury: Vor dem Café (Berlin bei Nacht), ca. 1920
3. Lesser Ury: Bahnhof Nollendorfplatz bei Nacht, 1925
4. Hans Baluschek: Jungfernbrücke, ca. 1925
5. Paul Höniger: Spittelmarkt, 1912
6. Eerste trein van de Berlijnse S-Bahn bij Bernau, 1924
7. Hans Baluschek: Städtischer Arbeitsnachweis für Angestellte, Berlin 1931
8. Hans Hartig: Tauwetter am Bahnhof Alexanderplatz, ca. 1919

9. Max Fabian: Die Spree, 1919  

maandag 23 juli 2007

"Niemandsland"

Slindqvist In 1951 maakt de jonge Zweedse schrijver Sven Lindqvist (geb. 1932) een bootreis met een stel IJslanders. Ze gaan ergens in Noorwegen aan wal en komen aan een gezellige koffietafel terecht, bij mensen thuis. Opeens krijgen de Noren in het gezelschap in de gaten dat ze met een Zweed aan tafel zitten:

Een Zweed! Er viel een doodse stilte. [...] Uiteindelijk nam een oud vrouwtje het woord: 'Zo, een Zweed. Hoe zat dat nou met die doorvoer van 1942?'

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de doorvoer van Duitse troepen tussen Duitsland en Noorwegen via het neutrale Zweden.  En aan een Noorse koffietafel in 1951 wordt de jonge schrijver daarvoor ter verantwoording geroepen.
Hij probeert het luchtigjes op te vatten:

'In 1942 was ik pas tien jaar oud. Mij werd toen niets gevraagd.'
'Nou, oud genoeg om van de buit mee te kunnen profiteren,' zei het oude vrouwtje.
De stilte werd onverdraaglijk. Ik bedankte voor de koffie en droop af met de staart tussen de benen. Ik vond het vreselijk oneerlijk. Waarom gaven ze juist mij de schuld van iets wat alle andere Zweden ook hadden gedaan? Of juist niet hadden gedaan? Alsof het mijn schuld was. Alsof ik ervoor verantwoordelijk was.

Sven Lindqvist publiceerde in 2005 een boek over de Aboriginals in Australië. Dit boek is onlangs in een goede Nederlandse vertaling verschenen: Een reis door niemandsland. Lindqvist onderzoekt hierin hoe de Aboriginals Australië zijn kwijtgeraakt. Hij doorkruist het Australische continent, overnacht op heilige plaatsen, zoekt naar restanten van de Aboriginal cultuur en ontmoet afstammelingen van de oorspronkelijke bevolking. Hij gaat na wat er met de Aboriginals is gebeurd sinds de eerste blanken voet aan wal zetten in Australië. Een belangrijke motivatie voor zijn reis is die vraag die destijds in 1951, via dat oude Noorse vrouwtje, bij hem gerezen was: Moet degene die van de buit geprofiteerd heeft, ook delen in de verantwoordelijkheid/schuld?

Tot ver in de twintigste eeuw dachten vele blanken dat 'inferieure' rassen, zoals men dat toen zag, gedoemd waren om te verdwijnen. En daar mochten die rassen best een handje bij geholpen worden. De inheemse bewoners van de werelddelen die door de Europeanen werden gekolonialiseerd, hebben door de kolonisatie hevig geleden, als ze al niet werden uitgeroeid.
Australië was volgens de Europees-kolonialistische opvatting "Terra Nullius" - Niemandsland - wat betekende dat onteigening, geweld en erger in feite toegestaan waren.  In 1913 had de Poolse antropoloog Malinowski vastgesteld dat "het enige wat men over het familieleven van Aborigines zeker wist was, dat ze van hun kinderen hielden en zeer aan hen gehecht waren." Tegelijkertijd was het beleid in Australië erop gericht kinderen bij hun zwarte moeders en familieleden weg te halen, onder het mom dat zwarten toch niets om hun kinderen gaven. Als gevolg van bewuste politieke maatregelen van het blanke bestuur werden de Aboriginal bevolkingsgroepen gedesintegreerd en werd hun cultuur zo goed als verwoest. 

Lindqvist heeft een goed, maar schokkend boek geschreven, waarin hij ook ingaat op de kwestie van schuld en verantwoordelijkheid. Het is een toegankelijk boek waaruit ik veel heb geleerd over de  geschiedenis en de intensiteit van het blanke racisme. Lindqvist geeft ook inzicht in de (vroegere) verbondenheid van de Aboriginals met hun natuurlijke omgeving. De hoofdstukken over hoe de Aboriginals erin zijn geslaagd om nog iets van hun cultuur te redden en te vernieuwen, en iets ervan aan de wereld mee te delen, zijn indrukwekkend.

Ik lees deze schrijver graag, omdat hij niet zomaar non-fictie schrijft. Hij houdt zichzelf niet veilig buiten schot in de wereld die hij beschrijft, integendeel - als hij schrijft, legt hij ook zijn eigen drijfveren, gemoedstoestanden en reacties onder de loep. Zo brengt hij uiteraard morele kwesties aan het licht die de lezer aan het denken zetten. Tegelijkertijd is het een meeslepend boek dat ik achter elkaar heb uitgelezen. 

Sven Lindqvist: Een reis door niemandsland: hoe de Aboriginals Australië verloren. Uit het Zweeds vertaald door Ceciel Verheij. Uitg. De Geus, 2007. 224 pp., geïllustreerd.
--Veel werk van Sven Lindqvist is in het Engels vertaald, informatie vindt u hier.--

(c)Kophieps

zaterdag 14 juli 2007

Topsy

100_2163_1 Het anti-slavernijboek Uncle Tom's Cabin van Harriet Beecher Stowe verscheen voor het eerst in 1852 en het was meteen een bestseller. Een exemplaar van een vroege Nederlandse vertaling (door B. Scholten) is een van de weinige boeken die zich in mijn ouderlijk huis bevonden. Niet dat wij in ons gezin vroeger weinig lazen, want dat deden we bijna allemaal graag, maar doorgaans moesten we genoegen nemen met bibliotheekboeken. Dit exemplaar heeft mijn moeder vermoedelijk ooit tweedehands gekocht op een kerkbazar of van iemand geërfd, want aan de band en aan de handgeschreven naam voorin te zien zal het toch algauw meer dan een eeuw oud zijn. Ik herinner me het boek niet anders dan zowel aan de buitenkant als binnenin behoorlijk beschadigd. Als kind al was ik gefascineerd door de prachtige gaatjespatronen die boekenwurmen in de bladzijden hadden gemaakt.

Ik vond het vroeger een prachtig boek en dat vind ik eigenlijk nog steeds. Het christelijke moralisme en de sentimentaliteit die er ontegenzeglijk in te vinden zijn, hebben me nooit gestoord. Met de Nederlandse titel van destijds, De Negerhut, zou een uitgever in deze tijd waarschijnlijk niet meer wegkomen. Een paar jaar geleden nog is er een zoveelste nieuwe vertaling (door Trisnati Noto Soeroto) verschenen, die gewoon De hut van oom Tom heet - klik hier voor een recensie. 

Uncle Tom's Cabin is lang na verschijning bekritiseerd omdat het stereotypen zou hebben geschapen van Afro-Amerikanen - een beknopt artikel daarover is hier te vinden - maar is dat nou niet gebeuzel achteraf? Die stereotype opvattingen bestaan wel, maar ik vraag me af of dit boek ze geschapen heeft.

Een van de hoofdstukken waar ik als kind vaak om geschaterd heb is dat over Topsy, midden in het boek. Topsy zou de oorsprong zijn van het stereotype van de pickaninny, een term die (in elk geval tegenwoordig) heel neerbuigend is. In een artikel op Wikipedia staat dat dit stereotype het volgende behelst:

"Picaninnies had bulging eyes, unkempt hair, red lips and wide mouths into which they stuffed huge slices of watermelon. [...] The Picaninny was distinguished by its young age, male or female. It also had a head of wild hair that was disheveled and dirty. They were also half dressed and animalistic. The picaninny was seen as one of a multitude of black children – disregarded and disposable. [...] Picaninnies were also often illustrated in the company of animals. [...] Picaninnies were shown crawling on the ground, climbing trees, straddled over logs, or in other ways assuming animal-like postures. That the Picaninny was often half-naked has been interpreted by some to have implied that black slave parents neglected the well-being of their children."

Stereotype of niet, feit is dat ik Topsy - die inderdaad aan bovenstaande beschrijving beantwoordt - vroeger geweldig vond. Waarschijnlijk komt het door Topsy dat ik ooit een tijdlang de geheime ambitie had om een negertje te worden. Een fragment uit hoofdstuk XX:

"Hoe oud ben je, Topsy?"
"Weet niet, juffrouw," antwoordde de kleine met een gegrinnik, waarbij al hare tanden zichtbaar werden.
"Weet je niet hoe oud je bent? Heeft niemand je dat ooit gezegd? Wie was je moeder?"
"Had nooit moeder!" zeide het kind weder grinnikend.
"Heb je nooit een moeder gehad? Hoe meen je dat? Waar zijt ge geboren?"
"Nooit geboren!" grinnikte Topsy al weder en keek zoo kabouterachtig, dat, zoo juffrouw Ophelia maar eenigszins zenuwachtig ware geweest, zij zich had kunnen verbeelden een kabouterkind uit het kabouterland voor zich te hebben; maar juffrouw Ophelia was niet zenuwachtig, maar eenvoudig flink, en zij zeide eenigszins kortaf: "Gij moet mij niet zulke antwoorden geven kind; ik scheer niet den gek met je. Zeg me waar ge geboren zijt, en wie uw vader en uw moeder waren."
"Ben niet geboren," herhaalde het schepseltje met nadruk; "heb nooit vader en moeder gehad; niets gehad. Ik ben grootgebracht door een handelaar met een troep anderen. Oude tante Sue paste op ons."
Het kind was blijkbaar oprecht; en Jane, die in de lach schoot, zeide: "Wel, juffrouw, zoo zijn er zooveel; de handelaars koopen ze goedkoop, als zij klein zijn, en laten ze opbrengen voor de markt."

Ik kan het niet helpen, maar deze Topsy doet me onweerstaanbaar denken aan de twintigste-eeuwse kinderboekenheldin Pippi Langkous.                                                                                    

(c)Kophieps

donderdag 12 juli 2007

"In Europa" verfilmd

Kophieps2 De VPRO maakt een verfilming van In Europa van Geert Mak. In het najaar wordt gestart met een 35-delige televisieserie gebaseerd op dit meerdelige werk van Mak.

In Europa staat al een tijd ontzagwekkend te zijn tussen mijn stapels nog te lezen boeken. De VPRO geeft me een duwtje om het nu eindelijk eens te gaan lezen met een zojuist gestarte weblog over het maken van de serie.

Op die weblog zijn podcasts te beluisteren waarop Geert Mak zelf gedeelten van zijn boek samenvattend vertelt. Verder bevat de weblog achtergrondinformatie, reportages, en belevenissen van de redactie en de crew. Bezoekers mogen meedenken en meeschrijven over de Europese historie.

(c)Kophieps


© Copyrights

Hier besproken literatuur:

Aanraders

  • Klik op het plaatje